Je kind barst in tranen uit na een bezoek aan de winkel, terwijl het leek alsof alles goed ging. Of het ligt al uren op de zetel, niets lijkt interessant genoeg. Herkenbaar? Als ouder van een kind met autisme bots je vroeg of laat op overprikkeling of onderprikkeling – of allebei.

In deze blog lees je hoe je de signalen leert herkennen, wat je concreet kunt doen, en waarom het belangrijk is dat jij als ouder daarin ondersteund wordt. Want je hoeft het niet alleen te doen.

Wat is overprikkeling bij autisme?

Bij overprikkeling krijgt je kind te veel prikkels binnen: geluiden, licht, geuren, emoties, verwachtingen, veranderingen… Het brein raakt overspoeld. Wat voor andere kinderen nog ‘leuk druk’ is, kan voor een kind met autisme al te veel zijn.

Signalen van overprikkeling:

  • Plots huilen, schreeuwen of terugtrekken
  • Boze buien of driftbuien zonder duidelijke aanleiding
  • Niet meer kunnen luisteren of reageren
  • Lichamelijke klachten zoals buikpijn of hoofdpijn

Wat kun je doen bij overprikkeling?

  • Voorzie voorspelbaarheid: Gebruik visuele ondersteuning, een vast dagritme en duidelijke communicatie.
  • Creëer een veilige plek: Een rustige ruimte waar je kind tot zichzelf kan komen.
  • Voorkom in plaats van te moeten blussen: Observeer en leer herkennen wanneer het ‘te veel’ wordt.
  • Adem mee, letterlijk: Jouw rust helpt ook hun zenuwstelsel te kalmeren.
Overprikkeling of onderprikkeling bij autisme: hoe help je je kind écht?

Wat is onderprikkeling bij autisme?

Bij onderprikkeling krijgt je kind te weinig prikkels die interessant, motiverend of activerend zijn. Het brein zoekt dan zelf naar input: dat kan zich uiten in wiebelen, tikken, geluidjes maken of ‘dromen met open ogen’.

Signalen van onderprikkeling:

  • Afwezig of dromerig gedrag
  • Zoeken naar intense beweging (rennen, springen, dingen aanraken)
  • Onrust of storend gedrag uit verveling
  • Gebrek aan motivatie of initiatief

Wat kun je doen bij onderprikkeling?

  • Stimuleer gericht: Bied taken of spel aan die nét uitdagend genoeg zijn.
  • Zorg voor sensorische input: Denk aan wiebelkussens, kauwmateriaal of tactiele speeltjes.
  • Laat beweging toe: Soms moet een kind gewoon even op de trampoline springen voor het weer kan focussen.
  • Kijk voorbij het gedrag: Wat lijkt op ‘lastig’ gedrag is vaak een roep om meer of andere prikkels.
Overprikkeling of onderprikkeling bij autisme: hoe help je je kind écht?

Waarom jij als ouder méér nodig hebt dan tips alleen

Je probeert het allemaal: rustmomenten plannen, routines bewaken, sensorisch materiaal voorzien, alles uitleggen, blijven kalm blijven… En toch voel je je soms radeloos. Dat is normaal. Want het is geen simpele checklist die je moet volgen – het is een voortdurend zoeken, proberen en weer bijsturen.

Daarom schreef ik een werkboek speciaal voor ouders van kinderen met autisme. Geen droge theorie, maar praktische inzichten, oefeningen en herkenbare situaties. Over omgaan met over- én onderprikkeling. Over jouw eigen draagkracht. En vooral: over hoe jij je kind kunt helpen zónder jezelf te verliezen.

Want je hoeft het niet alleen te doen.

Overprikkeling of onderprikkeling bij autisme: hoe help je je kind écht?

Tot slot

Elk kind met autisme is anders. Wat voor het ene kind werkt, werkt niet voor het andere. Maar als je leert kijken met mildheid, observeren met nieuwsgierigheid, en ondersteunen met structuur én zachtheid, ben je al zó ver.

Blijf zoeken. Blijf afstemmen. En geef jezelf ook ruimte.

Wil je die zoektocht niet alleen doen?
Het werkboek voor ouders van kinderen met autisme helpt je stap voor stap op weg.